1. Het begin, de wens

1. Het begin, de wens

Gekscherend zeiden mijn man en ik regelmatig tegen elkaar: zullen we een kindje maken? Hierbij wil ik gelijk zeggen dat we heel goed weten dat het niet een kwestie is van ‘maken’ maar dat het een geschenk is en elk kindje dat geboren wordt is een wonder!

Verder dan deze gekscherende opmerkingen kwam het een hele tijd niet, totdat we tijdens een boswandeling in november 2014 samen besloten dat we er allebei klaar voor waren. Klaar om samen te proberen zwanger te worden van ons eerste kindje. Diezelfde dag stopte ik met de pil.

Na een paar maanden was mijn menstruatie nog niet op gang gekomen en zonder menstruatie geen eisprong en dus geen kans op zwangerschap. Ik ging naar de huisarts maar werd weer naar huis gestuurd. Want, de hormonen van de pil kunnen tot wel een jaar in je lichaam blijven en zo lang zou het kunnen duren voordat je menstruatie weer op gang komt. (Later hoorde ik dat dit niet zo is en dat de hormonen van de pil al na een paar weken je lichaam uit zijn…).
In juni 2015, vlak voordat we op vakantie gingen, ben ik weer naar de huisarts geweest. Het zat me niet lekker, het voelde gewoon niet goed dat ik nog steeds niet menstrueerde. Maar weer werd ik naar huis gestuurd, ik moest nog 2 maanden afwachten.
In augustus ben ik weer naar de huisarts gegaan waarna ik gelukkig werd doorgestuurd naar de fertiliteitsarts (vruchtbaarheidsarts) in het ziekenhuis. We belandden gelijk in de medische molen: vragenlijsten, bloedonderzoeken en ook mijn man werd meegenomen in het onderzoek.
Nadat de uitslagen binnen waren, het was inmiddels al oktober, mochten we weer terug komen, er was niets gevonden in mijn bloed en bij mijn man was alles gelukkig in orde. De volgende stap was het maken van een inwendige echo en daar werd alles duidelijk. Ik had PCO (Polycysteus-ovariumsyndroom), gelukkig iets wat goed te behandelen is maar ook duidelijk maakte dat we niet zonder hulp van het ziekenhuis zwanger konden worden.
PCO houdt in dat je teveel eicellen hebt in je eierstokken. Een normale/gemiddelde vrouw heeft ongeveer 8 eicellen per eierstok, maar ik had er een stuk of 40. Ik maakte wel hormonen aan voor de eicelgroei, maar niet genoeg om een eisprong te krijgen.

Ik startte met medicijnen om de menstruatie op te wekken. Tijdens die menstruatie moest ik een paar dagen hormoonpillen gaan slikken. Dit zou de groei van een eicel op gang moeten brengen. Ongeveer een week tot anderhalve week lang moest ik om de dag naar het ziekenhuis voor een inwendige echo. Dit om de groei van de eicel(len) in de gaten te houden. Als de dosering van de hormoonpillen te hoog was dan konden er meerdere eicellen gaan springen, met dus een grote kans op een meerlingzwangerschap. En aan de andere kant, als de dosering te laag was dan zou er nog geen eisprong komen. Om die reden waren de echo’s zo belangrijk.

De arts kon op de echo’s zien dat de hormonen hun werk deden, er was een eitje aan het groeien! En dus kregen we ‘huiswerk’ mee om de eerste kans optimaal te benutten. Daarna werden we losgelaten door de arts en waren de wachtweken begonnen. Zou ik gelijk na de eerste ronde al zwanger zijn of niet? Daarover vertel ik in de volgende blog.

-K-

Advertenties

Een gedachte over “1. Het begin, de wens

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s